Geschiedenis

De oprichter van de zaak, Pieter Fabery de Jonge, werd geboren in 1810 als zoon van Johannes de Jonge en Margaretha Fabery. Bij de doop werd aan de voornaam van Pieter de naam Fabery toegevoegd. De vader van Margaretha heette Pieter Fabery en kwam oorspronkelijk uit Duitsland. Net zoals velen in de jaren rond eind 1700 zocht hij zijn heil in het rijke Nederland. Hoewel niet altijd succesvol voor anderen, was voor Pieter de emigratie een succes. Hij vestigde zich als smid in Goes en werd spoedig in de gemeenschap van Goes opgenomen. Tevens werd hij als lid van het  smedengilde aangenomen.

Johannes was meester koperslager maar zoon Pieter werd goud en zilversmid. In 1834 toen hij 24 jaar oud was begon hij een winkel in goud, zilver en “pendules”. De winkel was toendertijd gevestigd in de Lange Kerkstraat nummer 40.

Al spoedig moest er naar grotere winkelruimte gezocht worden en in 1847 kocht hij het huidige pand aan de Lange Kerkstraat 30. Hierin waren een woonhuis en een pakhuis inbegrepen. In de eerste jaren werden de artikelen tentoongesteld in kastjes die aan de pui werden opgehangen. In 1852 en 1863 werd de voorzijde van het pand verbouwd naar de eisen van die tijd.

De zoon van Pieter, Johannes werd geboren in 1838, hij woonde in het eerste pand aan de Lange Kerkstraat 40 en ging het vak leren bij zijn vader. Al op 25 jarige leeftijd nam Johannes het meeste werk over van zijn vader die aan astma leed en voor behandeling naar Duitsland moest. Pieter overleed in 1870. Johannes kreeg 5 zonen die allemaal “in het vak” gingen en door vader Johannes allemaal de middelen kregen om een eigen zaak te beginnen. Theunis bleef in de zaak in Goes, zijn broer Jacobus startte in 1895 in Apeldoorn, de andere drie hadden ook een zaak in Nederland, maar emigreerden rond 1900 naar Amerika. Theunis bleef kinderloos en vroeg zijn broer Jacobus of een van zijn 5 zonen de zaak in Goes kon voortzetten. Zodoende kwam Dirk na stages in Rotterdam en Haarlem in 1925 naar Goes. Hij werd medefirmant in 1942 en volgde na de dood van Theunis deze in 1949 op.

De zoon van Dirk, Jacobus of kortweg Ko geheten trad in 1954 in de zaak, na de opleiding tot edelsmid gevolgd te hebben aan de Vakschool te Schoonhoven. In 1987 kwam zijn zoon, Richard die ook in Schoonhoven zijn vakdiploma goudsmeden en juwelier had behaald in de zaak. Sinds 1995 is hij de huidige eigenaar en tevens de zesde generatie van Fabery de Jonge Juweliers te Goes.

Het familiebedrijf, dat sinds 1834 van vader op zoon werd voortgezet kreeg ook tweemaal een Koninklijke waardering. Zowel in 1908 door Koningin Wilhelmina als ook weer opnieuw toegekend door Koningin Beatrix.

“Den vakmanschap ghetrouwe”.